Envisan bedient Waalse verwerkingsmarkt breder en beter

Met zijn RecyclageCentra en Tijdelijke Opslagplaatsen (RC&TOP) ontzorgt Envisan, milieudochter van Jan De Nul Group, klanten uit de publieke en private sector, maar zeker ook eigen werven, bij het opslaan, verwerken en valoriseren van hun gronden en/of sedimenten. “In Wallonië hadden we tot voor kort enkel Sol&Val Saint-Ghislain, nabij Bergen. Met de opening van ons tweede verwerkingscentrum op Île Monsin (Luik) dekken we nu de volledige Waalse markt af. Onze aanpak draagt rechtstreeks bij tot de circulaire economie”, opent Kristof Nachtergaele het gesprek, Business Unit Manager Treatment Centres & Trading bij Envisan.

Na RC&TOP Hulsdonk (Gent), het eerste grond- en sedimentverwerkingscentrum van Envisan in Vlaanderen, werd in 2004 met Sol&Val Saint-Ghislain het eerste verwerkingscentrum in Wallonië. In de loop der jaren bouwde Envisan een geografisch gespreid Belgisch netwerk aan centra uit met naast de reeds vermelde centra ook Sedival Moen, TOP Brussel en Sol&Val Monsin. Met deze laatste en recentste vestiging bedient Envisan voortaan de volledige Waalse markt. Ook in Frankrijk opende Envisan een eerste vestiging: het Centre de Production d’Eco-Matériaux, nabij Toulon. Samen zijn de centra vergund om 1 miljoen ton per jaar te ontvangen en te verwerken. Na de verwerking van de afvalstoffen ontvangt de klant het overeenkomstige verwerkingscertificaat dat hem ontheft van zijn verantwoordelijkheid als eigenaar ervan.

Saint-Ghislain: uitgebreid

Sol&Val Saint-Ghislain, gelegen vlakbij Bergen en op 10 km van de Frans-Belgische grens, ligt in de nabijheid van het kanaal Nimy-Blaton. Dit verwerkingscentrum bevindt zich op de industriële as Mons-Charleroi en was aanvankelijk enkel op de verwerking van gronden gericht. In 2004 werd het erkend voor het verwerken van vervuilde gronden die na behandeling konden worden hergebruikt in industriegebied. Aanvankelijk betrof het relatief beperkte hoeveelheden. Sol&Val Saint-Ghislain haalde evenwel snel zijn aanzienlijke tonnages te verwerken gronden binnen. Vanaf 2010 bereikte het centrum zijn grenzen inzake vergunde hoeveelheid. Daarom keek Envisan uit naar een uitbreiding en kocht het drie jaar geleden een aanpalend terrein. Na het behalen van de nodige bouwvergunning en aangepaste milieuvergunningen, ging in januari 2017 de uitbouw van de bijkomende infrastructuur van start. De vergunde verwerkingscapaciteit bedraagt inmiddels 200.000 ton per jaar.

Île Monsin: complementair

In Wallonië is het potentieel op de markt van verwerkingsoplossingen aanzienlijk. “We zochten reeds geruime tijd naar een tweede, geschikte locatie in het Luikse, complementair aan onze site in Saint-Ghislain. Een goede bereikbaarheid met vrachtwagens (die gronden en sedimenten van werven aanvoeren) is een eerste vereiste. De locatie moet bij voorkeur ook zo dicht mogelijk tegen de waterweg gelegen zijn, zodat ook schepen kunnen aanvoeren. Zo konden we in 2014 op Île Monsin in het Luikse havengebied een terrein van 3,5 ha in concessie nemen. De locatie is bimodaal bereikbaar (weg en waterweg – de Maas), en er is zelfs aanvoermogelijkheid via het spoor”, aldus Nachtergaele. De activiteiten op beide sites zijn identiek: hergroepering en voorbehandeling van mineraal afval, biologische behandeling, fysicochemische behandeling, valorisatie van gerecycleerde producten en levering van gereinigde gronden en gerecycleerde aggregaten.

Waterweg optimaal benut

De aanvoer van gronden en sedimenten afkomstig van kleinere werven gebeurt meestal via de weg. “Daarnaast zijn er grotere – al dan niet eigen – werven die wat verderaf kunnen liggen, en waarvan gronden en sedimenten vaak via de waterweg worden aangevoerd”, verduidelijkt Kristof Nachtergaele. “Onze beide Waalse centra bevinden zich in de buurt van een waterweg en bedienen een periferie van ongeveer 50 kilometer. Zeker voor verre afstanden, wordt er optimaal gebruik gemaakt van transport over de waterwegen. Hiervoor gaan we partnerships aan met lokale bedrijven die over een eigen kade beschikken, waarvan we dan logistiek gebruik kunnen maken. Dit zorgt voor minder en energiezuiniger transport. Zo kan er bijvoorbeeld vanuit de regio Namen via de Samber naar het Luikse worden gevaren. Sol&Val Saint-Ghislain is bereikbaar voor binnenschepen met een capaciteit tot 2.000 ton, Sol&Val Monsin zelfs voor schepen tot 4.500 ton.”

Investeren in fysicochemie

Met slechts de helft van het terrein reeds in gebruik werd vorig jaar in Sol&Val Monsin zo’n 40.000 ton gronden aanvaard, verwerkt, gevaloriseerd en terug afgezet. “Dit jaar mikken we op 100.000 ton, onder meer door een grote eigen werf, in uitvoering in Luxemburg, en de vele infrastructuurwerken in het Luikse. In deze regio zijn er voornamelijk met metalen vervuilde gronden. Ook voor het reinigen van deze gronden is Envisan vergund”, zegt Nachtergaele. “Momenteel gebeurt dit nog door middel van een ingehuurde, mobiele fysicochemische reinigingsinstallatie die, op afroep, in alle centra kan worden ingeschakeld. Ons centrum Sol&Val Monsin in een regio met een groot potentieel voor deze activiteit, opende perspectieven om te investeren in een eigen semi-mobiele, modulaire, fysicochemische reinigingsinstallatie. De investeringsanalyse werd positief afgerond. Een eigen installatie kan dan volgens de behoeften van het moment van het ene naar het andere centrum kunnen worden getransporteerd. Momenteel is er in Wallonië nog geen enkel verwerkingscentrum uitgerust met deze technologie.”

Circulaire economie-effect

Het streefdoel van Envisan is elke ton vervuilde grond of baggersediment die wordt aangevoerd, gevaloriseerd weer af te voeren. Wat niet altijd evident is. “Bij fysicochemische reiniging, bijvoorbeeld, is er altijd een restfractie – een opconcentratie van de aangetroffen verontreiniging – die moet worden gestort. Gemiddeld verlaat ongeveer 80 procent van de vervuilde gronden en sedimenten onze centra als gevaloriseerd materiaal. Hetzij als gezuiverde grond, als gebroken en gekeurd steenpuin dat als funderingsmateriaal kan worden gebruikt, als herbruikbare ballast of uitgezeefde ruimingsspecie, etc. Zo dragen we rechtstreeks bij tot de circulaire economie. In de meeste gevallen vinden we zelf een geschikte eindafnemer. De gemiddelde doorlooptijd van gronden en sedimenten in onze centra varieert tussen 1,5 maand tot maximum 1 jaar”, aldus Nachtergaele. Met de twee Waalse centra wil Envisan niet langer enkel op gronden mikken, maar ook op minerale afvalstoffen. “Denk aan rioolkolkenslib, ballast, enzovoort. Enkel voor het verwerken van natte baggerspecie via lagunering of mechanische ontwatering zijn we niet uitgerust. Die activiteiten nemen zeer veel ruimte in beslag en houden we voor onze centra in Moen en Hulsdonk”, besluit Nachtergaele.

www.envisan.com   

Frans artikel in bijlage.